Nieuwe Kerk (Middelburg)

Nieuwe Kerk, Middelburg (Beeldbank Zeeland, nr. 14570 - ZB).

Het gebouw

In de Middeleeuwen waren er in Middelburg drie kerken: de Westmonster- of St. Maartenskerk, de Noordmonster- of St. Pieterskerk en de Oostmunster- of St. Nicolaaskerk (huidige Abdijkerk of Nieuwe kerk).

De Nieuwe kerk of Oostmunsterkerk maakt deel uit van de Abdijgebouwen. Het oorspronkelijk aan Maria gewijde klooster (de latere abdij) te Middelburg werd in de elfde of het begin van de twaalfde eeuw gesticht, mogelijk in 1122.

Een kloosterkapel is de oorsprong geweest van de beide Abdijkerken. In de tweede kwart van de 13e eeuw werd deze kapel vervangen door een Romaanse kerk die in 1266 ook parochiekerk werd. In de loop van de 14e en 15e eeuw is deze oudste abdijkerk vergroot en veranderd met als resultaat dat uit één kerk twee kerken zijn gegroeid. Het koor werd namelijk uitgebreid en de Koorkerk werd bestemd voor de kloosterlingen, het schip van de oude kerk werd een twee hallenkerk, de zogenaamde Nieuwe Kerk (of Oostmunsterkerk), bestemd voor de parochianen. De Nieuwe Kerk was aan St. Nicolaas gewijd en ongeveer 21 meter breed.

Na grote schade door beeldenstorm, gevolgd door de grote brand van januari 1568 werd op 9 december 1570 de herbouw aanbesteed. Na de overgang van Middelburg in handen van Prins van Oranje werd de kerk in februari 1574 toegewezen aan de Hervormden. In de daaropvolgende jaren werd zij verder opgebouwd en in 1585 werd voor het eerst de naam Nieuwe Kerk gebruikt (daarvoor werd gesproken over Oostmunster- of Oude Kerk).

In de 19e eeuw werd het abdijcomplex sterk verwaarloosd. In 1846 liet architect G.H. Grauss het interieur van de Nieuwe Kerk veranderingen ondergaan 'erger dan brand en beeldenstorm'. Uiterlijk werd de gevel aan de Groenmarktzijde van een neogotische voorbouw voorzien. Omstreeks 1905 werd deze voorbouw verwijderd, maar tot herstel van het interieur is men tot 1940 niet gekomen.

Bij het stadsbombardement van vrijdagmiddag 17 mei 1940 is de Nieuwe Kerk met het abdijcomplex geheel vernield.

De restauratie werd weliswaar spoedig ter hand genomen, maar heeft bijna 25 jaar geduurd. Als bouwmeesters van de restauratie waren prof. ir. J.F. Berghoef en ir. H. de Lussanet de la Sabloniere aangesteld. Het herstel van de gebouwen en interieur is bijzonder goed uitgevoerd.

In de loop van 1996 besloot de kerkenraad van de Nieuwe Kerk tot renovatie en herinrichting van het gebouw. Gelijk nam men de gelegenheid te baat om de bestaande inrichting te wijzigen. Eindelijk waren in 1998 de benodigde vergunningen en toestemmingen verkregen en zo verdwenen de oude kerkbanken en preekstoel. Zij maakten plaats voor stoelen van hardsteen en edelstaal. Ook de preekstoel en avondmaalstafel werden vernieuwd.

In 2007 werden de ramen van nieuw glas-in-lood voorzien.

Het orgel

Duyschot-orgel in de Nieuwe Kerk te Middelburg (foto: Evert Blaas en Jan M. Boone).

In de loop van 1996 besloot de kerkenraad van de Nieuwe Kerk tot renovatie en herinrichting van het gebouw. Gelijk nam men de gelegenheid te baat om de bestaande inrichting te wijzigen. De in het atelier van Joop van Litsenburg in Amsterdam gerestaureerde orgelluiken kregen hun oorspronkelijke glans weer terug door een grondige restauratie. De luiken van het hoofdwerk zijn hierbij op een nieuw kunststof frame gespannen door de firma Van de Brink Stompwijk. Ook de kas glimt als vanouds door het poetsen van het houtwerk; een lastig karwij omdat in de loop der eeuwen veel aan de kas geprutst is met verschillende hout- en laksoorten. Poetswerk, verguldsel van het beeldhouwwerk en luikenrestauratie kostten bij elkaar ongeveer f.230.000,-

Tussen januari en september 2004 voerde de firma Flentrop Orgelbouw uit Zaandam onder advies van Prof. dr. Albert Clement een grote onderhoudsbeurt aan het instrument uit. Het Duyschot-orgel is schoongemaakt, de balg van het rugpositief is hersteld, evenals de bediening van de luiken. Ook werden de windladen van normale slepen voorzien, in plaats van de voormalige VEKA-sleepladen van Van Leeuwen. De aantrekpunten van de ventielen werden verplaatst en de mechanieken opnieuw afgeregeld. Enkele vulstemmen werden opgeschoven en de tongwerken aangepast en geherintoneerd. Bij deze opschuivingen veranderde de Trompet 4' van het bovenwerk in een Schalmey 8'. De Ruispijp VI kreeg een correct registerplaatje. De ingebruikname van het instrument vond plaats op 28 augustus 2004. (Bron: Orgels in Zeeland)

Vaste organiste is Margreeth de Jong.

Concerten: Orgelconcerten













Schema: Muziek, Context: Evenementen
Verwant: Margreeth de Jong
Voorbeeld van: Kerk




Referenties